De zaak Simon S.                                                                                                                    19 januari 2008

                                                        

 

Onderstaand artikel is afkomstig uit Dť Karperwereld 22 van begin 2002, en met toestemming van Joris Weitjens (de auteur) op onze site geplaatst.

 

 

 

In de gedragscode van de KSN artikel 1 staat onder de toelichting: 'Claim geen stekken en profiteer niet Ė zonder te overleggen Ė willens en wetens van de inspanningen van collega karpervissers'   (="stekkenpezen") ...

 

Stel je voor: het schrikbeeld van elke karpervisser. Wim Laatop staat op het punt van afromen. Zín voorbereiding is perfect geweest. Elk detail klopt. Het aas is goed, het weer is goed. Nog ťťn keer voeren. Tijdens het voeren steekt een beste spiegel, vlak naast de marker, zín kop boven water uit, alsof ie Wims boilies nog boven water wil opvangen. Wim balt zín vuist. Wim vindt zichzelf een hele kerel dat ie het weer voor elkaar heeft. Maar dan op weg naar huis slaat ineens de schrik om zín hart: zijn er geen kapers op de kust? Wie zat er in die stilstaande blauwe wagen aan de overkant? Was dat niet de kar van Gijs. Had ie het wel aan Gijs moeten vertellen. Gijs is best een aardige jongen maarÖ Zal ie maar niet gelijk zín hengels ophalen? O nee, Wim moest naar die Ďgezelligeí verjaardag van zín zwager.

 

Als Wim na een doorwaakte nacht de volgende ochtend vanaf de overkant de stek in het vizier krijgt ziet ie daar het bekende silhouet. De bivy, de hengels precies zoals hij het gepland had, een druipende bewaarzak wapperend in de wind. Dat kan toch niet! Het kan wel! Wim vervloekt zín familie met hun eeuwige verjaardagen. Wim beseft ineens ten volle dat karpervissen voor hem niet zomaar een vrijblijvende tijdsbesteding is. Eigenlijk wil ie alleen nog maar dood.

 

Wat doet ie? Gaat ie erop af om zín gram te halen of druipt ie af? Hij besluit tot het eerste. Wim heeft bewondering voor de man die zín zelfbeheersing te allen tijden weet te behouden, maar zodra Wim ziet dat niemand anders dan zín voormalige vismaat Simon S. uit een volgende bewaarzak de targetvis van Wim tevoorschijn haalt, en met een big smile plaatsneemt voor de zelfontspanner, komt er een waas voor zín ogen. Zonder een woord vuil te maken vermorzelt ie met een bankstick wat grafiet en vertrouwt tevens wat karpermeubilair aan het zoete nat toe. Simon S. zelf komt er met een gezwollen lip nog genadig vanaf.

 

Wim komt al gauw tot inkeer en vergoedt de spullen van Simon. Bovendien stuurt ie Ďm een emmer monsterkiller boilies. Wie denkt dat hiermee de zaak in den minne is geschikt en dat Simon S. het voortaan wel zal laten om op zijn stek te gaan zitten heeft het mis. Wim vangt bot. Een week later doet Simon S. op dezelfde stek (!) goede zaken met het cadeautje. Briesend legt Wim de zaak voor aan het tuchtcollege van de Karperstudiegroep Nederland (KSN).

 

De zaak Simon S. komt voor bij de KSN en dient op 12 januari om 11.30 uur.

 

De tuchtheer van de KSN staat op.

Tuchtheer: In de beklaagdenbank zit de heer Simon S. Het ten laste gelegde is het willens en wetens profiteren van de inspanningen van de heer Wim Laatop (aanklager) aan de Achterklapplas zonder deze van tevoren om toestemming te vragen. Dit betekent overtreding van het zogenaamde KSN fair play artikel. Als getuige wordt opgeroepen de heer Gijs Adderengebroed. Als getuige deskundige hebben we opgeroepen de Belgische professor Pol Rechthals. Simon S. heeft u de aanklacht begrepen?

Simon: Het is ronduit een lachertje. Het water is van iedereen. Bovendien vis ik daar al twee jaar. Ik laat me echt niet wegsturen. Ik zou niet weten waarom. Ik zou de boel willen omdraaien. Ik wens een veroordeling van Wim voor het claimen van een stek!

Tuchtheer: Was u op de hoogte van het feit dat de heer Wim op de betreffende stek aan de Achterklapplas sedert geruime tijd karper aan het aanvoeren was?

Simon: Ik heb Ďm daar nooit gezien.

Wim: Dat lieg je smeerkees! Je wist het van Gijs!

Tuchtheer: Getuige Gijs, kunt u vertellen wat uw rol is in deze zaak?

Gijs: Hoezo rol. Ik heb toch niks gedaan. Wim moet zich niet zo druk maken. Hij vangt toch genoeg. Mag een ander ook eens.

Wim: Huichelaar. Je heb me afgelegen. Ik heb je toch gezien die avond! Je hebt je vriendje op die stek gezet om mij een loer te draaien. Zelf ben je te benauwd!

Tuchtheer: Klopt dat? Met andere woorden heeft u Simon S. aangezet tot het vissen op de bewuste stek.

Gijs: Simon en ik mailen dagelijks, dan vertel je elkaar wel eens wat.

Rechter: Dus u geeft toe dat u Simon op de hoogte heeft gebracht van de voerplek van de heer Wim?

Gijs: Hoe kon ik weten dat ie specifiek daar aan het voeren was. Ik dacht dat Wim een trajectvoerboer was?

Wim: Dat lieg je, je weet dat ik een EAíer ben.

Rechter: Zou getuige deskundige Rechthals zín licht kunnen laten schijnen over deze kwestie?

Rechthals: Ala, pas op hoor, dír liggen heel wat nagels uitgestrooid over dit pad. Ik heb de situatie in ogenschouw genomen en mij een oordeel gevormd.

Tuchtheer: Het oordeel is aan ons. Het gaat ons over de voertechnische kant van het verhaal in relatie tot het vermeende vergrijp van Simon S.

                     Bot vangen!

Rechthals: Ja, pas op hoor, ge zou moeten weten hoe de plaatselijke gebruiken zijn. Ook aan de Achterklapplas zijn de ontwikkelingen niet voorbij gegaan. Dat wil zeggen dat er het afgelopen jaar ruimschoots bollekes zijn gevoerd volgens de verschillende voerstrategieŽn. De uit Vlaanderen overgewaaide strategie om hetzij grote delen of, welaan, het gehele water te voorzien van een en hetzelfde bolleke doet nochtans opgeld. Misschien overbodig om te vermelden: degene die zich bedient van deze strategie zal drommels goed weten moeten dat hij geen, ik herhaal geen, aanspraak op de bevoerde stekken maken kan. Dat spreekt. Dín Wim naar eigen zeggen heeft meer goesting in de hit and run methode, in Nederland ook wel bekend als EA voerstrategie. Dat is een stekgebonden bedoening waarbij de karpervisser vanzelf bepaalde rechten gelden doet. Die geclaimde rechten worden vaak gesymboliseerd door een marker van welke aard ook. (Dat kon, tussen haakjes, indertijd in ons Vlaanderenland toe leiden dat een gans plas gemarkeerd was door een woud van geŽrecteerde staven.) Welaan, pas op hoor, die twee onderscheiden methoden kunnen zelden op ťťn kussen slapen. Bij ons op de circuitwaters wordt het thans juist als unfair beschouwd wordt om op de bekende waters te markeren. Wilt ge het dan wel, dan wordt het sjuust als uw eigen risico beschouwd. Bij ons noemen ze dat evenwel dín kat dín bel aanbinden.

Tuchtheer: Dank voor uw toereikende uitleg. De hamvraag die ik uit uw betoog afleid is: in hoeverre kan Wim op een populair water als de Achterklapplas rekenen op het respecteren van zín voerstek door collega- karpervissers. Of was het vragen om moeilijkheden? Ik zie dat Wim rood aanloopt.

Wim: Vragen om moeilijkheden? Ik heb die stek met mín eigen handen gemaakt. Die watjes vissen daar normaal niet vanwege het moeras. Ik heb daar wat pellets neergelegen en wat boompies afgebonden. Daar vist normaliter nooit iemandÖ

Gijs: Ik heb er anders ook nog gezeten!

 

 

Wim: Ja gluiperd, met mij. Ik heb je alles gewezen. Zelfs mín aas wist je.

Gijs: Die koolhydratentroep van jou, daar zou ik nooit mee vissen.

Tuchtheer: Orde! Ik wil Simon S. op de man af vragen of ie die afranseling door Wim begreep dan wel verdiend vond.

Simon: Hoe bedoelt u. Hij had van me af moeten blijven. Ik geef toe dat ik het wel kon waarderen dat hij me mín spulletjes zo snel vergoed heeft en me die emmer boilies heeft opgestuurd. Voor mij was daarmee de kous af.

Tuchtheer: Hoe zit dat Wim, was die zak boilies een teken dat je je ongelijk erkende?

Wim: Om de dooie dood niet. Mín vrouw vond het beter zo en natuurlijk had ik me ook moeten beheersen, maar ik sta  de volgende keer niet voor mezelf in met zoín bloedhond. U zou eens een goeie vraag moeten stellen. Waarom vist die gozer eigenlijk als ie niet eens de moeite neemt om zelf iets uit te vinden? Dat is toch de hele lol van het karpervissen? Ik heb er thuis nog eens over zitten prakiseren, die Simon is helemaal geen karpervisser, weet je wat het is, het is een etalagevisser. Als ie maar met zín porum op de foto staat. Ik kots van die ijdeltuiterij. Nou staat ie met mijn targetvis op de cover van de bladen. Ik weet het niet maar ik denk dat Simon vroeger heel veel gepest is op schoolÖ

Gijs: Daís toch kinnesinne van je. Jij had gewoon met die targetvis in de bladen willen staan.

Wim: Okť, dat geef ik gewoon ruiterlijk toe en toch is het anders.

Tuchtheer: Ik wou hier nog graag even het commentaar van onze getuige deskundige over horen.

Rechthals: Welaan, het is mij niet vergeven om in de ziel van den karpervisser te gluren. Toch wil ik graag met geachte Wim in zoverre meegaan dat er een paalworm aan de edele kunst van het karpervissen knaagt. De karpervissers van nu schijnen in de regel meer oog voor elkaar te hebben dan voor de karper zelf, in dier voege dat het aftroeven van den ander het hoofddoel is en het vangen van een karper het middel. Pas op, dat is een bedroevende ontwikkeling die sjuust parallel loopt met zekere ontwikkelingen in onze samenleving.  Daar zij bij aangetekend dat een college als deze nochtans een teken aan de wand is en evenzeer een goede stap voorwaarts.

Tuchtheer: Dank voor uw deskundige opmerkingen. Ik stel voor de zitting op te schorten tot na een kleine pauze. Na de pauze volgt het vonnis.

 

Tuchtheer slaat met hamer en maant de publieke tribune tot kalmte.

 

Tuchtheer: Na ampel beraad is het KSN tuchtcollege tot de volgende uitspraken in de zaak Simon S. gekomen.

Zoals eerder gebleken is bij vermeende overtredingen van artikel 1 lid 3 is niet alleen de bewijsvoering moeilijk rond te krijgen, tevens kan er geen uitspraak gedaan worden zonder de sociale context bij het oordeel te betrekken. In deze betekent dit dat niet slechts het gedrag van gedaagde Simon S. is meegewogen maar ook van getuige Gijs Adderengebroed en aanklager Wim Laatop.

1. Het college is van oordeel dat de handelwijze van Wim Laatop in zoverre laakbaar is dat het claimen van een stek (gebleken uit het feit dat Wim de stek door middel van een staafwaker markeerde en het feit dat Wim aangeklaagde Simon S. meende te moeten aanranden) op een populair water als de Achterklapplas vragen om moeilijkheden is. Daar staat tegenover dat het college van oordeel is dat, zelfs op een populair water, een gerichte inspanning als het ontginnen van niet of nauwelijks beviste gedeeltes van het water respect verdient van collega-karpervissers. We geven Wim ter overweging mee om voortaan beter te inventariseren of hij de vruchten van een geplande voersessie zelf kan plukken. Bij die inventarisatie zou een telefoontje naar medevissers niet misstaan.

2. Het college is van oordeel dat het gedrag van getuige Gijs Adderengebroed een schoolvoorbeeld is van misbruik maken van vertrouwen. Het is inmiddels een bekend fenomeen dat stekkenpezen vrijwel zonder uitzondering in de vriendenkring van de gedupeerde moet worden gezocht. Het leed dat hiermee de gedupeerde wordt aangedaan strekt veel verder dan sec het verlies van een stek. Gijs ontspringt de dans slechts omdat hij niet is aangeklaagd.

3. Aangeklaagde Simon S. mag gezien worden als een notoire stekkenpezer en recidivist, onder meer gestaafd door het feit dat hij na de genereuze geste van Wim doodleuk wederom op dezelfde stek plaatsnam. Met inachtneming van wat aanklager Wim en de getuige deskundige te berde brachten wordt Simon deze winter gedropt in de Biesbos alwaar hij een maand lang zonder contact met de buitenwereld 24 uur per dag met karpers en karpervissen bezig dient te zijn. Ons Big Brother team zal hem op de voet volgen. Bij enig onverwacht succes zal zijn stek subiet worden overgenomenÖ

 

Aldus het vonnis van het tuchtcollege van de KSN op 12 januari 13.30.

Volgende zaak graag.

 

_______________________________________________________________________________________________________________

Reageren op dit artikel? mail naar kca@live.nl